De dingen zien zoals ze werkelijk zijn, het erkennen van verlepte rozen op een balkon dat groen ziet van groen. Een blauwe lantaarn, met een aangestoken kaarsje bij daglicht zal me niet helpen het uitzicht te verbloemen. En dat is ook niet meer nodig. Na bijna een jaar te hebben gestudeerd, en plotseling te zijn gestopt, verwonder ik me over de kleine foutjes van het leven. Het zijn van die errors die je niet tegenkomt in warenhuisgidsen, etalages en andere media. En toch trachten we met zijn allen ons leven zo aangenaam mogelijk te maken met dingen die er werkelijk niet toe doen. Zoals de balkonbak met plantjes, die vanuit mijn stoel het uitzicht belemmeren waardoor ik nog maar net de overkant van de straat kan zien.
Peter is uit eten, ik overdenk mijn leven, de poezen hebben vrede gesloten en likken elkaar de oren. Deze avond heb ik tot nu toe tegen de verwachtingen in geleefd. Ik heb niet naar een film gekeken, ik heb niet de afwas gedaan, ik heb niet de vloer gestofzuigd, ik heb, ondanks dat ik mijn pyjama al aan had, toch maar weer mijn gewone kleren aangetrokken en ben naar de winkel gefietst om maar even brood te halen voor morgen. Want morgen moet ik weer bij.
Peter is uit eten, ik overdenk mijn leven, de poezen hebben vrede gesloten en likken elkaar de oren. Deze avond heb ik tot nu toe tegen de verwachtingen in geleefd. Ik heb niet naar een film gekeken, ik heb niet de afwas gedaan, ik heb niet de vloer gestofzuigd, ik heb, ondanks dat ik mijn pyjama al aan had, toch maar weer mijn gewone kleren aangetrokken en ben naar de winkel gefietst om maar even brood te halen voor morgen. Want morgen moet ik weer bij.
Op de fiets naar huis bedacht ik me dat het hebben van een fietsmand een klimroos op het balkon niet veel veranderd aan mijn geluk. Ik leidt een huiselijk leven, en dat vind ik prettig. Door de poezen heb ik altijd wel iemand om iemand tegen te praten, soms lijkt het net alsof ze luisteren. Nu mijn studie gestopt is, probeer ik mezelf weer een beetje te vinden in die dingen die ik eigenlijk altijd al deed maar nu met wat meer ‘gevoel’. Maar bovenal ben ik onrustig, weet ik niet hoe ik formulieren in moet vullen, vergeet ik steeds het abonnement op de Trouw op te zeggen, en moet ik spijt betuigen tegenover de mannetjes van de uitvaartverzekering met de woorden dat ik geen interesse heb.
Ik lijk last te hebben van een identiteitscrisis. Nu ik me niet meer kan vereenzelvigen met de kunsten, en mijn leven er aan waag is een pragmatische houding mijnerzijds veroorloofd. Het gevoel dat ik me over mijn keuze nog steeds moet verantwoorden is blijven hangen. Ik zoek excuses in werken, dingen doen waar ik anders geen tijd voor had en in het zoeken naar het echte leven, zoals hier op ons balkon, waar gewoon mieren lopen, gaten zitten in de bladeren van de roos, en het maar niet donker wilt worden zodat het kaarsje van nut kan zijn. Ik hoop, zodra ik ingeschreven sta bij een andere studie dat gevoel kwijt te raken, en ervaring kan putten zoals het leven is; mensen die ziek worden. En niet zoals ik deed, iets te vinden in iets dat niet is, symbolische waarde te leggen op elke komma. Ik zit in de ontwenningsfase, ik ben aan het accepteren dat het hebben van een fietsmand niet alleen maar truttig is, en dat het kaarsje wat nu aanstaat en niet alleen maar leuk is voor de sier, maar dat het me straks zal helpen, als het donker is, de weg naar binnen terug te vinden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten