Muziek maakt mijn leven als een film die fijn is om naar te kijken. In de vensterbank, het stukje materie die de stap is tussen het binnen en het buiten, kan je heerlijk naar buiten kijken. Zelfs de flats worden mooi in de donkere avondscherming met het neppe lampenlicht. Ook de Martinitoren waar het topje net boven de flats uitsteekt is onnatuurlijk verlicht. Gronings trots is alomtegenwoordig. Alom geprezen en zo naar ik heb vernomen sinds kort niet meer beklimbaar daar veel mensen daar de uitweg van dit leven zochten en van de toren afsprongen. Met de muziek aan genoot ik zojuist even van de film van mijn leven. Mocht ik ooit een autobiografie ga schrijven zal het een romantische verfilming waard zijn - want hoe rot ik me soms ook voel heb ik eigenlijk een heel fijn leven want ik mag mijn eigen regels verzinnen en ik mag me er zelfs niet aan houden als ik er even geen zin meer in heb. Dit is de plek waar mijn regels voortdurend uitzondering zijn op mijn eigen regels, en waar uitzonderingen bijzonder zijn, als een blijk van zelfwaardering. En ongekunsteldheid hoogtij viert. Nou vooruit, de kaarsjes en de muziek maken de film van mijn leven net iets mooier dan dat het misschien werkelijk is.
Ik vraag me af of ik kunst wel van mijn leven móet scheiden, is het niet zo dat het bestaansrecht van kunst in mijn leven al werkelijk op zich is, en dus niet gekunsteld is? Ik heb er moeite mee om alles wat mijn leven veraangenaamt en zogenaamd niet natuurlijk is ik noem culturele lusten: lezen, muziek e.d. te scheiden van wat mijn leven in essentie is in natuurlijke behoeften: slapen, eten en begeerte. Is juist die gemaakte grens in de wetenschap niet gekunsteld en dus niet werkelijk. Is een strikte scheiding in menselijke behoeften noodzakelijk op grond van een taalkundig onderscheid?
Aan het begin van mijn opleiding heb ik al mijn opvattingen over kunst, als ik die al had, overboord gegooid. Ik heb me opengesteld voor nieuwe ideëen. En leer als een klein kind (opnieuw) praten en begrippen te hanteren. Ik heb geleerd dat zelfs het hebben van een 'echte mening' maar schone schijn is. Wat betreft de kunsten probeer ik te zijn als een spons die alle bestaande opvatting over kunsten in zich opneemt. De stoffen in de spons mengen of mengen niet met elkaar. Meningen zijn niets anders dan het mengen of niet mengen van reeds bestaande ideeën in een bepaald heersend paradigma. Een mening hebben is dus eigenlijk helemaal niet zo bijzonder. En is helemaal niet zo persoonsgebonden als zij in eerste instantie lijkt.
Op dit moment ben ik het plot van mijn verhaal even verloren. Dat is jammer want eigenlijk heb ik heel veel meer te zeggen. Maar ik ben moe. Er moet weer geleefd worden, buiten het vierkante scherm. Ik moet gaan slapen. Voor nu lieve lezer welterusten, droom zacht over het topje van de Martinitoren met als achtegrondmuziek 'Comtine d'un autre été' (Yann Tiersen).
Geen opmerkingen:
Een reactie posten