Op vrijdagmiddagen overkomt het me wel eens dat ik in de trein zit. Het is misschien niet zozeer een kwestie van overkomen maar meer een logische stap om te nemen om ergens te komen, het hoort bij mijn vrijdagmiddagriedeltje. Zo'n dag was het gisteren. Ik zat in de trein van Groningen Noord naar Dordrecht Centraal. In de tweede trein tot Amesfoort werd ik omringd door studentes, kwebbelende praatgragen, niet eens alleen tegen elkaar maar ook door de telefoon. Ik heb het leren snel opgegeven, en bemoeide me intern met hun gesprekken.
In de derde trein van Amesfoort naar Rotterdam Centraal zat ik ook naast studentes, waarschijnlijk Utrechtste. En op het moment dat een haar mond open trok voelde ik me gezegend om mijn zachte stem. Drie meiden kwamen naast me zitten en praten hondertuit over welke kleur ze hun kamer zouden moeten schilderen "want als je het echt wit maakte moest dat wel gecombineerd worden met een kleurtje, zoals rose" of "ja hoe heet die kruising tussen mandarijntjes en sinnaasappels ook alweer? - Ja ik weet het al! Magnolia's! -Oh jaah die zijn lekker." En zo kon ik me weer verheugen over de stommiteiten die deze meiden alleen al in een gesprek naar elkaar ondergingen. Echt praten met elkaar deden ze echter niet. Ze overschreeuwden elkaar, de een met een nog boeinder, erger, lanchwekkender vertelling dan de ander.
Na mijn zegeningen geteld te hebben en uit kon stappen op Rotterdam Centraal besefte ik dat ik erg last had van hoofdpijn. Ik dacht aan magnolia's en dat tot in de lengte van dagen nog geen mineola's zullen zijn, ze zullen in ieder geval nooit zo zoet en zuur smaken, ook al schreeuwen mensen hard dat het wel zo is. En stiekem weet ik beter, maar dat succesje hou ik liever voor mezelf.
1 opmerking:
Een reactie posten