Tegen een hemelsblauwe lucht aan kijken, en dat een middag lang, veranderd niets aan het plaatje van een ideale zomermiddag. Ook al is het nog geen zomer. Het park, weer ruim bezaaid met mensen, roerde zijn staart. Kleine beestjes waarvan ik de naam niet weet vlogen boven me en een enkeling maakte zo nu en dan een landing waarna ik hem met een zucht de lucht weer in stuurde. Het schouwspel van pollensoorten en naamloze wezentjes tegen het zonlicht in, was iets schitterends op zich, maar ik voelde geen euforie. Ook mijn haar dat zich in het zonlicht leek te vermenigvulidigen met daarin illusionele pareltjes, die leken op regenboogachtige belleblaasbellen, vrolijkte me niet op.
Misschien was het de constant aanwezige hoofdpijn, aan mijn achteloosheid lag het in elk geval niet. Deze middag had ik niets te verliezen en ik kon tevreden naar huis gaan, wetend dat die vliegjes er niet speciaal voor mij waren en morgen zullen landen op een afgestorven blaadje.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten